De band is al gestart als hij van achter uit de zaal komt aanrennen. Verontschuldigend wuift hij naar het publiek. Ik vergeef het hem. Nu nog wel. Slim Cessna’s Auto Club begint direct goed. Het is heftig. Nog mooier dan op de plaat. De banjo giert de ene feedback na de andere de zaal in. Aan het eind van het nummer voel ik een rilling langs mijn ruggengraat gaan. De eerste van velen?
"Hello. We have ciedie and tiesjults fol seel tenk joe!"
She is happie. Fellie happie. Als je een fetish voor kleine Japanse vrouwtjes hebt is ze inderdaad vast een lekker hapje. Ze bedoelt vast gewoon dat ze happy is, maar als we de volgende dag het tekstvel bij de gekochte cd's bekijken kunnen we niet anders dan bevestigen dat ze fellie happie was.
Read out loud! zou er op het tekstvel moeten staan. We gieren het uit van het lachen. Na de toegift en het Senk joe van Spookey giert Swaf het ook uit van het lachen. Er wordt hier geen band uitgelachen. Het is lachen, omdat iedereen betoverd is door de charme van deze drie kleine Japanse dames. Er loopt een jongen in een roze Cheeky Girl t-shirt rond na zondag. Ik verwacht komend weekend meisjes met luxaflex zonnebrillen aan de bar.
Terwijl ik naar het voorprogamma (een niet onaardig punkrockcliche) sta te kijken bestelt de bassiste iets aan de bar. Twee nep Red Bulls en een cola. Als de barkeeper het neerzet vouwt ze haar handen voor haar borst en buigt haar hoofd. "Senk joe fellie mutsj." De barkeeper kijkt haar verbaasd aan en ik ben verkocht. Ik weet op dat moment nog niet dat Spookey geweldige muziek maakt, het voorprogamma is net 2 nummers bezig, maar besluit terstond dat het een geweldig concert is.
Al 5 dagen zit ik in de trein naar mijn werk een kerstliedje mee te zingen. Het tekstvel toont een krom engelse tekst over hoe leuk kerst wel niet is. In mijn oren klinkt een taaltje dat ergens tussen japans en krom engels ligt, maar dan 15km naar rechts. Een treinstation later verteld Spookey Cat mij dat ze van eten houdt en dat de buurman haar altijd een lach op het gezicht tovert. Althans dat denk ik, want ik versta er geen drol van en misschien bedoelen ze wel heel wat anders.
Het concert duurt te kort. Veels te kort. Normaal gesproken vind ik 45 minuten meer dan genoeg voor een band. Daarna verslapt meestal mijn aandacht, maar ik had nog wel een uur van deze heerlijke, girlybubblegumpower-pop/punk, shalala deunen aan kunnen horen. Zelfs de bijna standaard rondzingende Swaf installatie stoort niet. Drie kwartier, "senk joe" en voorbij is het.
Als Spookey de volgende dag, bij het in de kroeg ophalen van hun spullen, ontdekken dat de barkeeper op zijn trekker naar de stad is gekomen, volgt een fotosessie van een uur. Waarschijnlijk binnenkort op hun site te aanschouwen. Ze zijn vast fellie happie.
Het eerste nummer is amper begonnnen of ik sta al naar adem te happen. Dit is intens. Intens is niet eens het juiste woord. Het juiste woord is niet te vinden. In de komende alinea's zal ik proberen om de woorden te vinden die kunnen beschrijven wat wij als publiek vrijdag hebben meegemaakt. Nee, wat wij hebben ondergaan. Een vergeefse missie. Er zijn geen juiste woorden voor afgelopen vrijdag.
Op momenten dat hij zich op zijn krukje van het publiek wegdraait heeft hij geen rechterbeen meer. Een ratelslang siddert en kronkelt uit zijn lijf. Hij is als door een sidderaal gebeten. Geen controle meer. Overgenomen door de God die hij toezingt. Of door de duivel die hij probeert te verdrijven? Zijn handen gebaren de woorden die hij zingt. Snijdend langs zijn polsen. Gevouwen richting de hemel boven hem. Smekend naar de hel beneden hem. Verlos mij!
Op het podium wordt een hevige strijd gestreden. Dag tegen nacht, donker tegen licht, hoop tegen wanhoop, goed tegen kwaad, God tegen de duivel. De duivel contra God. Maar wie wil hij dat er wint? Deze religieuse man, zo bezeten door de duivel. Bevecht hij het kwaad in zichzelf of koestert hij het? Drijft hij de duivel uit of houdt hij hem juist stevig vast? De tweestrijd niet willen beslechten, omdat bij een gestreden strijd ook deze magische kracht tot musiceren verdwenen zal zijn?
"Dit snijdt door je ziel."
Het eerste nummer is nog maar net begonnen of ik sta al naar adem te happen. De tranen prikken in mijn ooghoeken. Intens. Meer dan intens. Het juiste woord is niet te vinden.Het concert is amper begonnen of ik ben al kapot. Ik hap naar adem en kan amper bevatten wat er voor mij op het podium gebeurt. Dit doet zeer. Dit is pijn. Dit is bij momenten te heftig. Dit snijdt dwars door mij heen. Een nieuwe traan prikt. De vierde rilling van de avond loopt van mijn stuitje omhoog om ergens tussen mijn oren te exploderen. Een gevoel van volmaakt geluk maakt zich door de tranen heen meester van mijn emoties.
Tijdens rustige momenten wordt de magie af en toe bijna verbroken door de kroegpraat achter mij. Ik ben geen voorstander van een spreekverbod tijdens concerten, maar als je naar Woven Hand gaat om het fileprobleem en de negatieve kanten van vergaderen te bespreken, dan heb je het niet helemaal begrepen. Dan had je je kaartje beter aan iemand die het wel begrijpt, en nu misschien naast het net heeft gevist, kunnen laten. Deze jongens begrijpen duidelijk niets van deze avond. Ze zijn niet de enigen. Al begrijp ik er zelf misschien ook wel helemaal niets van. Zo mooi. Zo heftig. Zo intens.
Als ik op driekwart van het concert toch echt even naar het toilet moet, en mij met zeer veel moeite los maak van de balkonrailing waar ik tegen aan sta, heb ik daar beneden gekomen toch geen spijt van. Het is stiekem best prettig om even los te zijn uit de greep van Woven Hand. Even rustig zuurstof tanken. Om straks me weer over te geven. Volledig en geheel vrijwillig. "Dit snijdt door je ziel."
Ik weet wat mijn concert van het jaar 2008 wordt. Dit was meer dan een concert. Dit was een ervaring. Een onvergetelijke ervaring.
Meisjes van pak hem beet 7/8 jaar een beetje roken, terwijl mijn hele lichaam na twee weken nog steeds schreeuwt om een sigaret.
Ik was gisteren met Take It Away Bob bij bovengenoemde band in de Melkweg. Oordoppen mee, maar dat bleken rotdingen te zijn. We ontdekten dat we na al die jaren bandjes en concertjes toch echt een stuk van ons gehoor kwijt zijn geraakt. De db meter op de P.A.tafel piekte naar 111. Wij vonden het te doen en meevallen. Slechts enkele frequenties waren zelfs ons iets te veel. J.Mascis moet pas echt doof zijn zo stil en rustig als hij bleef tussen zijn vier Marshall torens.
Bij binnenkomst van de oude zaal, waar dus ook sinds een twee weken niet meer gerookt mag worden, begon mijn hele lijf direkt om een peuk te gillen. ROKEN ROKEN ROKEN!!! Het is een Pavlov reactie. In een concertzaal hoor ik als 23 jaar gerookt hebbende non-stop met een peuk in mijn bek of klauw te staan. Mijn hersenen weten dat en weten niet beter. ROKEN ROKEN ROKEN!!!
Halverwege het concert, waar het warm, drukkend en heel erg druk was, begon zich het voordeel van roken in concertzalen te tonen. Als roker heb ik mijn neus jaren lang onwetend gehouden van alle geuren die mij nu ten deel vielen. Ik rook goedkope deodorant. Er kwam een shoarmazaak voorbij lopen. Waren dat zweetvoeten? Het zal wennen worden. Een concert is door het rookverbod verworden tot een onaagenaam pallet van lichaamsodeuren. En zelf hadden wij stevig aan de knoflook gezeten moet u weten.
Dinosaur ondertussen speelden meedogenloos hard. Een muur van geluid werd over ons heen gestort. J. toverde onbewegelijk als een jongere (hoewel ook al op leeftij ondertussen) Neil Young de ene uitgesponnen gitaarsolo na de andere uit zijn versterkers muur. Lou ramde zijn handen kapot op zijn bas. Het was lang geleden dat ik iemand zo enthousiast op een podium zag staan. Een muur van geluid hadden we verwacht. Een muur van geluid kregen we. Dat in die muur de pure popliedjes die Dinosaur stiekem maakt nog helemaal doorklonken was een aangename verrassing.
Alleen wie van de band werd er na afloop gepijpt door die Italiaanse bodybuild homo met foute Freddie Mecury snor die de band aankondigde en aan de zijkant verliefd naar het podium staarde?
Was jij er wel geweest dan had ik geen oog voor je gehad. Had je naast me gestaan ik had je niet gezien. Een half uur lang had je niet bestaan. Je had dat half uur net zo goed thuis op de bank met een Libelle of een jankfilm kunnen zitten. Als betoverd keek ik naar het podium. Jij bestond niet meer. Jij en wie dan ook. Ook Devon niet.
Devon Disaster? Who the fuck is Devon Disaster? Poni is my muse. Poni oh Poni. The reason God created women.
Waarom wordt ik altijd verliefd op zangeressen, bassistes, gitaristes, drumster of toestenistes als ik naar concerten ga? Wat is het voor een afwijking? Wat is er mis met mij? Niets zult u zeggen, wanneer u The Ettes wel eens heeft gezien. Poni is het vrouwelijke equivalent van Animal. Ze kan niet veel beter drummen als Meg White, maar als een bezetene slaat ze met de volle 200% de nummers aan elkaar.
Haar grote bos donkere krullen danst alle kanten op. De enorme oorringen gaan een verbeten gevecht met de zwaartekracht aan. Aftikken en rammen. De basgitaar en gitaar haperen dat het een lieve lust is. Om beurten lopen Coco en Jem naar hun versterkers en rommelen ze met snoertjes. Poni lacht slechts en beukt het volgende nummer de zaal in.
Aan het eind dreigt ze mij toch bijna nog te verliezen aan Coco als die achter op het podium in het witte licht een buiging naar de zaal maakt. Ik slik en geef mij hart toch aan Poni. Zeker als ik bij het signeren van de nieuwe plaat mijn (gespeelde) teleurstelling uitspreek over het niet spelen van We Reapel Each Other en ze me troost met een knuffel en een kus. Op mijn wang. Helaas. Ik had je willen optillen Poni. Je optillen en je huig willen kietelen. Over mijn schouder liggend zou ik je mee naar huis willen nemen. Ik had je willen beminnen zoals je nog nooit bemind bent. Ik zeg slechts "Thank you" en lach verlegen.
Ik kijk nog een keer naar beneden naar de mini mensjes die op het podium zo groot leken. Poni's krullenbos steekt boven iedereen uit. Verliefd loop ik dromend naar buiten en stap de tram in wetend dat ik over twee weken verliefd word op Isobel Campbell...
PUNKSTER 2008 THE PRUNELLA SCALES - UP YOURS - DIGITAL LEATHER (sorry geen foto's van Up Yours)
Devon oh Devon. Mijn duim mist een vierkante centimeter vel. Devon oh Devon. Mijn knie doet pijn, omdat ik er heel erg hard mijn haperende gitaar tegen aan ramde. Devon oh Devon. Het t-shirt dat ik van je kocht bleek vanmiddag een S te zijn. Die van Digital Leather past gelukkig wel. Devon oh Devon. Gisteren was very punk. Very very Punk. Devon oh Devon. Nieuwe muse van alle gisteren in Swaf aanwezige mannen. Devon oh Devon. Ik kijk uit naar je plaat en daarna naar je tour volgend jaar. Devon oh Devon. Gisteren was een geweldige dag. Ik ben verliefd en met mij alle gisteren in Swaf aanwezige mannen.
ALTIJD LEKKER WAT ROCK AND ROLL OP DE MAANDAGAVOND
Ik loop een lege zaal in. Aan het merchandise tafeltje zit een verlopen zwerver met een verwaaid hoofd een blik bier en een blik cola leeg te lurken. Met hem zal ik later nader kennis maken. Mijn oren vooral. Ik bestel een biertje en leun wat tegen de muur. De zaal loopt langzaam half vol. Er komt een stevige tocht uit de schoorsteenmantel.
Ik weet toch helemaal niet hoe ze er uit zien. Hoe kan ik dan de cd overhandigen was ik hem niet vergeten? Bij het zien van een t-shirt schiet er door mijn hoofd dat ik dat vanmiddag gelezen heb. Ik tik op een schouder en het klopt. Ik maak kennis met wat lastfm bekenden en klets een eind aan het concert.
"You can rely on me". Yeah right. Het mag dan een liefdesliedje zijn volgens David Yow (ja juist die vroeger in Scratch Acid en later in Jesus Lizard zong), maar zijn in de microfoon gebrulde "I love you" zal de vrouw waar tegen het gezegd wordt niet in katzwijm doen vallen. "You can rely on me". Op wie? Op die over het podium zwabberende dronkenman? Het is verdomme maar goed dat het raam van de kleine zaal niet open staat. Keer op keer wankelt hij op weg naar zijn microfoon er tegen aan. Ik zie hem buiten op de straat te pletter vallen. Knal en dan weer links langs de microfoon. Mis. Dan maar zonder.
Is het image? Is David dronken? Een junk? Het begin van het optreden is geweldig. De drie bandleden vertellen dwars door elkaar een verhaal. Er ontstaat een kakafonie van stemmen. De is wisselvallig, maar zeker niet slecht. Dan weer heftig als Jesus Lizard. Dan weer rommelt het door de dronkemans toeren van David en de freakshow die de gitarist opvoert wat heen en weer. Het is geen geheel,maar ik geniet en drink de aangereikte grote pils leeg. De toegift is bijna de Eagles. David staat totaal nutteloos opeens met een basgitaar in zijn handen. Over en uit. Op weg naar een nieuwe krat bier.
De tocht blijkt een grote ventilator in de schouw te zijn waar een Beyonce immitatie mee wordt opgevoerd en die de lucht aangenaam verfrist. Mijn kleren ruiken niet eens naar rook de andere dag. Een beetje een afknapper. Net of ik thuis ben gebleven. Mijn oren tuten van niet.
Vijf jaar geleden zag ik McLusky een oorverdovende set geven in de Ekko. Weinig reactie van het publiek. Misschien waren we murw gebeukt door de klappen van geluid. Ook nu klaagt het vervolg Future Of the Left over de weinige reacties uit de zaal. Nu met grappen. Zelfs Paul McCartney zelf vindt Wings slecht. De bassist lijkt weg gelopen uit een jaren 70 BBC comedy. De baarden verraden het eind van de tour. De muziek niet. Stoicijns en gedreven worden de nummers de zaal in gebraakt. Een Roland orgeltje geselt de oren. Bas bijna onder de oksel. Gitaar op de enkels. Keiharde drums. Geweldig. Deze band voegt live iets toe aan hun nummers. Er wordt geeindigd met een oorverdovende noise eruptie waarbij de drums en gitaren een voor een afgebouwd en ingepakt worden. Alleen de bassist blijft feedbackend over. Het laatste beetje herrie en opeens juicht de zaal wel. Te laat.
Dan moet Qui nog spelen. Misschien dat die niet helemaal konden boeien, omdat ik FotL al in mijn oren had. Manikaal. Anders kan ik het niet omschrijven. Een losgebroken patient die zomaar op tour door Europa is. Bij het centraal station vraagt de tweelingbroer van David om een euro. Een blik bier in zijn hand.
Rock and Roll op maandagavond in de bovenzaal van Paradiso. Goede muziek, mooie zaal, prettig gezelschap, een paar biertjes. Dat moet ik vaker doen
Ik slaap een onrustige slaap op de bank. Ik draai en woel.
Ik wordt wakker geschud. Ik open mijn ogen en ze staat voor me. Ze danst haar bezwerende dans en lacht naar me. "No dear, this is the salsa dip not the dance." Je bent er, zeg ik zonder mijn lippen te bewegen. Je hebt je niet omgekleed? "No, I told you let me take care off business here and then I will come your way." Dit is fijn wakker worden.
Het zaal licht dooft. Er komen wat bandleden het podium op. Een gitarist in een lelijk ongemakkelijk lakleren pakje. Een bassist met een see trough basgitaar. Een vrouw. Ik schrik. Ze heeft het haar in een knotje en een strenge jaren vijftig schooljuffen bril op haar neus. Erger nog ze heeft een schoudertas bij zich. Ze gaat achter een keyboard zitten en doet de rest van het concert niets of alsof. Het is gelukkig niet zij waar we voor gekomen zijn.
We rijden heen en weer door de straten op zoek naar een plek om de dikke BMW te parkeren. Geen plek. Nog een rondje. We vinden een vrije straatkant in de PC Hooft voor de deur van een pakken voor een jaarsalaris tent. Vier keer E3.60 om de twaalf uur te redden. We mogen blijven tot 09:10. Passende auto in passende straat met passend parkeertarief. Bij de ingang van de Melkweg nemen we afscheid. Zij naar rechts naar de Kift. Ik naar links.
Daar is ze. Mijn mond valt open. 50 is ze, maar mijn hemel. Een strak zilver/goud pak om een net zo strak lichaam. Ze danst haar bezwerende dansen. Ze schopt high kicks en zwaait met de microfoon. Tijdens de yoga demonstratie legt ze haar been bijna in haar nek. Ze klauwt naar me. Naar ons. "Walk like an egyptian." De ijskoningin is still a cat on stage.
Ze staat naast me. Ze is mooi. Slank, lang, benen, borsten, zwarte krullen en een gezicht. Ze vraagt een vuurtje. De vorige sigaret stak ze zelf aan. We maken een praatje. Ze lacht. De band begint. Halverwege het concert ga ik naar de bar. Ik beslis een grote pils, dat scheelt lopen en zie haar voor me staan. Een cola en een vrouwenborrel. Fuck. Niet alleen. Als ik terug ben op bijna dezelfde plek staat er een hockeylul voor me die maar iets kleiner is. Ik moet over zijn kruin heen kijken om mijn koningin te zien. Ik blijf toch staan. Zij staat daar en de cola en de vrouwenborrel zijn beiden voor haarzelf. We lachen naar elkaar. Ik draai een shaggie en geef haar een vuurtje.
Is ze ooit een goede live zangeres geweest?. Ik herinner mij 1989 in de Vredenburg. De Peepshow tour. Ik stond anderhalf uur met open mond naar dit creature from Venus te kijken. Ik doe het nu weer. Het geluid is in het begin slecht. De buik van de geluidsman hangt een knappe afstelling in de weg. Susan Janet klinkt onvast. Is het het geluid of de 50 jaren? De uithalen aan het begin en eind van zinnen zijn er. Ze doet wat we van haar kennen en willen.
Ik sms een onbegrijpelijke conversatie. Niet uit te leggen in korte snapshot woorden. Dat komt morgen wel. Ik deed het fout. In mijn hoofd vallen de bladeren. Er staan liters alcohol tot mijn beschikking. Ik neem rustig een biertje. Niet nu. Niet verdrinken. Niet nu. Zet je schrap. Je kan het. Mijn dromen zijn groter dan de wereld om mij heen. De muur is hard
Twee van te voren afgesproken toegiften. Ik hou al niet van 1 toegift. Ze staan uitgeschreven op de playlist van de geluidsman. Als ik hem aantik voor de list geeft hij hem net aan een vijftiger. Generatiegenoten. Leeftijdsdiscriminatie. Aan het eind van de eerste set spelen ze Into The Swan. Het is heftig. Intens. Ik ga uit mijn dak. Zij naast me nog meer. Doet het haar pijn dat de oude Banshees hits vier keer zo enthousiast ontvangen worden?
Mantaray begint sterk (Into The Swan), maar kakt na een nummer of 5 in. Het concert kakt ook in. Eerst een paar nieuwe nummers met een slecht geluid. Als het geluid het doet gaan de Banshees hits door de gewillige zaal. Dan een nummer of vier met contrabas. De tweede helft van de soloplaat. Het kakt in. Hoe katachtig ze haar bezwerende dans ook danst. Alle highkicks en haar eigen enthousiasme ten spijt. Dan Into The Swan. Heftig. Kippenvel.
De eerste toegift is een sof. Hello, I love, wont you tell me your name. Een slechte cover van de Doors die al het Into The Swan kippenvel doet verdwijnen. Ik loop naar de bar en bestel nog een grote pils. "He!!! Wat kost het in godsnaam dat ik zo weinig terug krijg", gilt de jordanese oma naast me tegen de barvrouw die een bier terug een leukere en mooiere, maar wel een slechtere barvrouw was. Er is geen vogelnest te bekennen. Ik behoor tot de jongsten. Het is voorbij en het is net half elf.
In het tl licht van de hal blijkt de vrouw van de cola en de vrouwenborrel haar jeugdsentiment tien jaar verder terug te zoeken. Het harde licht verkloot haar schoonheid. Tijdens het jassen wachten praten we over het concert. Ze lacht naar me en geeft haar nummer.
Ik bel E. en de Kift in de oude zaal blijkt net begonnen te zijn. Naar huis gaan of. De afgelopen week heeft mijn honger aangewakkerd. Honger naar er uit zijn. Mijn R'n'R cellen vragen om meer. Ik gooi mijn charmes tegen de kassa studente aan en mag voor 6 euro naar binnen. Ik geniet van de Kift en het gezelschap. Ik zwaai naar Take It Away Bob achter de monitortafel zonder dat hij het ziet en baal nog meer dat ik niet ben meegeweest naar Frankrijk.
Ik slaap een onrustige slaap op de bank. Ik draai en woel.
Ik wordt wakker geschud. Ik open mijn ogen en ze staat voor me. Ze danst haar bezwerende dans en lacht naar me. "No dear, this is the salsa dip not the dance." Je bent er, zeg ik zonder mijn lippen te bewegen. Je hebt je niet omgekleed? "No, I told you let me take care off business here and then I will come your way." Dit is fijn wakker worden.
Via via hoor ik dat ze weer flink de diva heeft uitgehangen backstage.
TOMASSO STRONTZO FROMMEL DOET EEN CURSUS ITALIAANS
"Kijk de enige reden dat jij in dit combo speelt is dat er gegarandeerd bloed vloeit op het podium. Niet om je talent en niet om je naam. Frommel jongen, de fans verwachten tegen het eind van het optreden een rechterhand waar de vellen bij hangen en waar het bloed met liters tegelijkertijd uitloopt. Is het je dan nooit opgevallen dat aan het eind van een optreden het publiek naar achter wijkt om niet ondergespetterd te worden?" Ik weet niet wat er mis is met me vanavond. Ik bloed niet aan het eind. Heb ik eindelijk geleerd hoe mijn plectrum vast te houden en hoe er mee tegen de snaren te slaan? Geen druppel rood in de Sub071. Een volkomen ongeschonden hand, terwijl ik toch alles heb gegeven. Voor de volle 20 minuten ben ik 200% gegaan.
Ik ben veel te vroeg op station Leiden. Links van mij staat een spuuglelijk jaren 70 kantoor met spiegelende zwarte ramen. Althans. Wat er van over is. De helft die richting het station stond heeft plaatsgemaakt voor 15 meter hoge roestige palen met een net zo roestig hekwerk en houten platen er tegen aan. Een litteken op het gebouw waar ooit een brandtrap hing. Al jaren staat het zo te staan. Midden in de stad. Beginnen met slopen en met de noorderzon verdwijnen. Leiden heeft een smerige puist.
Een smerige puist waar dingen gedaan worden. Een spuuglelijk gebouw waar binnen het bruist. 15 mensen wonen er. In oude kantoorruimtes of in een caravan op de binnenplaats achter het roest. Eetcafe en wonen en bandjes en feesten. Een groot gat in de grond is verworden tot een prive meer. Midden in de stad in de zon aan je eigen meertje wonen. Costa del 3 octubre. K. die de deur voor mij heeft open gedaan leidt me een trap op. Door het eetcafe en via een wenteltrap weer naar beneden.
Ik sta in een hok van 3 bij 6 meter. Een kelderkast die de zaal blijkt te zijn. Ik wordt direct enthousiast en maak een praatje met Black Circus Tarantula. Hun soundcheck klinkt lekker. Hun optreden later die avond ook. Lekker in het gehoor liggende rock met een vleugje sixties invloeden. Niet hemelbestormend, maar wel lekker.
Het is etenstijd. Ik schuif aan bij Black Circus en de dames van The Recipe Book die de avond organiseren. Ik krijg een vervreemdend gevoel. Roberta, de bassiste, en M. van The Recipe Book praten engels, hoewel beiden volbloed Italiaans zijn. Mijn engels is doorgaans goed. Vandaag niet. Ik raak in de war van de schoonheid van Roberta. Verlegen lepel ik mijn spicy pindasoep op die mijn verkoudheid in stromend neuswater doet overgaan. Verlegen, nee verliefd tot in mijn tenen, hakkel ik een grammaticaal wanhopige zin. Ze lacht. Lacht ze om mijn grapje of om mijn stuntelige engels? Het maakt me niet uit. Al zou ze me in het gezicht slaan. Halverwege haar optreden ga ik achterin het kelderhok staan. Ik kan mijn ogen niet van haar afhouden en ben bang dat ze het door heeft als ik vooraan blijf staan. Wie weet is een van de andere bandleden wel haar minnaar en 1 keer deze maand in elkaar geslagen worden vind ik meer dan genoeg. Daarbij het zijn Italianen. De Costa Nostra ligt altijd om de hoek. Bij het afscheid nemen aan het eind van de avond twijfel ik of ik haar een zoen zal geven. De twijfel doet mijn een afscheidsgroet en een prettige terugreis stotteren. Thuis check ik het internet op foto's van haar. Mijn ogen hebben niet gelogen.
We spelen een gedreven, korte, harde set. Het gaat lekker. Voor het optreden is mijn ik moet poepen gevoel tot een minimum beperkt gebleven. Het gaat toch wel goed komen. "Hi, we are The Prunella Scales, Puchrock motherfuckers. Our first song is called Fat Freddy's Cat." Onze nieuwe drummer Slager (voorheen de huilende cowboy) ramt het eerste nummer uit de startblokken. Ik ga op in wat ik doe. Het komt uit mijn tenen. In mijn enthousiasme mis ik een paar accoorden. Een goed teken. Slager vecht tegen een onwillig bekken, maar slaat de vellen aan flarden. Take It Away Bob laat de bescheten klinkende London City kast evengoed scheuren, piepen en knetteren.
Als laatse spelen we Pretty Please (With Sugar On Top). Ik zeg dat het vanavond over de 12 motherfuckers gaat, die Take It Away Bob en mij tegen de grond sloegen. Nooit klonk het nummer zo aggressief. Nooit kwam het zo diep uit onze tenen. Ik ben leeg en tol op mijn benen. Het zweet gutst mijn t-shirt en mijn ogen in.
"Do the people still want to listen to us after this violence?", vraagt Roberta na afloop. "You were awesome. Great show!" Ik wel, antwoord ik haar. Ik zit te wachten op jou, zeg ik in gedachten. Ga je straks met me mee?
Het maakt niet uit hoe hard de band is. Het maakt niet uit hoe snel. Ze is er altijd. Ieder concert is er dat meisje. Dat meisje danst alsof de Polyphonic Spree staat te spelen. Met de armen wijd rondjes draaien. Een dik uur lang. Zonder een druppel zweet te zweten. Er zal nog genoeg vocht volgen. Nog een rondje en praise the lord. Mee naar huis nemen en uitwonen. Stomme hippietrut. Al draaiend ontwijkt ze de rochels vanaf het podium. Halleluja!!! God zij met ons.
Chris is boos. Heel boos. Zijn microfoon hangt van gaffertape aan elkaar. Kapotgeschreeuwd. Een rochel gaat richting het podium. Het zweet loopt zijn t-shirt in. Zijn mond gaat open. De microfoon wordt deep throat gepijpt. "Some crazy shit is going on." We hebben geen idee wat hij bedoelt, maar schudden gewillig ja. Met zo'n boze man maak je geen ruzie. Al komt hij maar tot mijn navel en zijn zijn bovenarmen te kort. Hij verzuipt je in zijn spuug. Hij rochelt je to oblivian.
Naast me staat Take It Away Bob met open mond naar de drummer te staren. Na vanavond zal hij anders denken over drummen. Er loopt een drummer vol inspiratie door de stad. Zeldzaam log, hard en strak ramt hij de nummers aan elkaar. Wat wil je met een verleden van Swans en Foetus. Hij is een goed onderwerp voor mijn drummers en de hoofden die ze trekken project. Ik moet hem filmen.
Tijdens de toegift, een alles vernietigende noise eruptie, krijg ik natte voeten. Welke fukker gooit zijn bier om denk ik. Geen bier. Ik begrijp waar het vandaan komt. Chris rochelt nogmaals en ik zie het opspatten in de plas die zich op het podium heeft gevormd. Over de rand van het podium sijpelt het boze vocht vermengd met het zweet dat de t-shirts op het podium verkleurt. De zaal in. Onze sokken zuigen zich vol. Thuis zullen wij ze uitwringen en de glazen heffen. Drinken tegen al het vuil dat ons kwaad maakt. Plechtig beloven we te strijden tegen de "some crazy shit that is going on".
Een goed idee. Waarom een gewoon biertje doen als ze ook grote glazen tappen. Scheelt een keer lopen. Zo kan je gevangen blijven in de muur van geluid. Sem heeft goede ideeen. Biertje? Ja lekker en een cola voor de polo. Gedrieen voor het podium. De vuist in de lucht. Schudden met het hoofd. Oren open en wegvallen in je kop. Chris rochtelt een nieuwe fluim in zijn plas en ik ben samen met hem boos. Heel boos. Ik weet niet waarop, misschien wel op dat rondtollende ding voor ons. Ik leun tegen de muur van geluid aan. Nobody fucks with us!!! Naast me danst een punk in zijn kast. De deur nog dicht.
Unsane is muziek voor mannen die van rood vlees houden. Boze mannen. Mannen die graag met hun vuist in de lucht zwaaien. Unsane is kneiterharde, meedogenloze, monotone, rete strakke, brul noise rock. Na een nummer of vijf vergeet je of er een nieuw nummer is begonnen of dat het nog steeds het zelfde nummer is. Eentonig? Nee juist niet. Je verliest de controle over nutteloze dingen als tijd en volgende nummers in deze muur van geluid. Unsane live zien is een uur lang boos zijn op alles en iedereen. En daarna gezellig een biertje drinken en je oren uittuten. Unsane live zien is afreizen naar een plein in Almere dat ze midden in Amstelveen hebben aangelegd. Een gebouw binnen lopen waarvan de architect een vuile kutkroket is met een voorliefde voor op en afstapjes. 6 keer ga ik bijna onderuit. Mijn resterende voortand ontwijkt een tafeltje. Een belachelijke blokkendoos waar op zolder zowaar een heel leuk zaaltje is ingehangen. Niet te groot. Niet te klein. Podium van de goede hoogte. Een zaal waar je je de tering schrikt, omdat je harde stem alle kanten op kan. Alle kanten, omdat er godverdomme amper 50 mensen zijn. 50 mensen!!!! Unsane verdient meer en had beter in de stamkroeg kunnen spelen. Unsane verdient het niet om in de auto op de terugweg te vervagen in de klanken van Big Balls And The Great White Idiot. Unsane verdient een beter voorprogamma als We Insist. Corky doet schijnbaar de progammering. De chromosoom te veel lag dwars en boekte deze arty farty moeilijk doen hup weer een break en tempowisseling kunstacademie prut. Geef die zanger/drummer een frikadelletje met veel zalf en zet hem op de trein terug naar Frankrijk. Een luid gejuich klinkt bij het "this is our last song."
"We Insist that you get of the fucking stage immediately!!!"
ALS JE WILT LACHEN DAN GA JE MAAR NAAR EEN REVUE VAN JOHN LANTING
Als hij op het podium staat dan liggen er op de versterker naast hem 73 voorgedraaide sigaretten klaar. Hij rookt harder dan de rookmachine boven hem rook kan spugen. Als hij op het podium staat dan vliegt het bier sneller door zijn slokdarm dan dat de barman het kan inschenken. Als hij op het podium staat dan komen de demonen los. Stuiptrekkend, ongecontroleerd schuddend met zijn ledematen en met dichte ogen schreeuwt hij de angsten van zich af. Er bestaan vanavond geen vrolijke teksten. Dipsomanie, verlatenheid, nachtelijke demonen en opengereten meisjes wier ingewanden op de grond liggen. Als je wilt lachen dan ga je maar naar een revue van John Lanting. Hier is het donker. Hier heersen de demonen. Door de microfoon, het snoer, de zangversterker en de speakers de zaal in. Zijn hoofd uit.
Strak van de zenuwen staat hij het eerste nummer te trillen op zijn benen. Ik lees de spanning in heel zijn lijf. Daar staat hij. Op een podium voor een zaal vol bekenden. Waarom zijn het bekenden? Waarom moest hij zonodig zijn eerste optreden hier doen en niet 135 kilometer verderop? Daar waar niemand hem kent, maar vooral hij niemand. Als na het eerste nummer er een enthousiast applaus klinkt zie ik een vluchtige twinkeling in zijn ogen. De ban is verbroken. De strakgespannen snaar ontspant dat kleine beetje dat hij kan ontspannen en de rest van het optreden gaat hij los. Weg moeten ze die demonen. Weg uit zijn hoofd. Uitgestort over de mensen in de zaal voor wie ze bang zullen zijn en die ze in het niets zullen doen oplossen. Verlossing. Ik zie verlossing op het podium. Hij is weer het rock and roll dier dat we zo graag zien. Hij bevecht de demonen en wint.
Hij is mijn drinkebroeder. Mijn fijn gesprek partner. Mijn voetbalelftalgenoot. Hij is een van mijn beste vrienden, mijn gabber, mijn maat, my buddy, my pal.
FROMMEL DOET HERINNERINGEN OPHALEN AAN OOIT BEZOCHTE CONCERTJES DEEL 1 MOTORHEAD IN PARADISO
Ja natuurlijk wilde ik mee naar Motorhead. Motorhead schaar ik onder de "moeten hebben gezien" bandjes. En nu speelden ze zomaar opeens in Paradiso. Met in het voorprogamma The Cycle Sluts From Hell. Geen idee wat dat was, maar zo'n bandnaam dan wordt ik opgewonden. Dat moesten wel een stel hete, geile rockchicks in strakke broeken, leren rokjes, netkousen en nietsverhullende topjes zijn. Op naar Paradiso!!!
Voor de deur van het stijf uitverkochte Paradiso stonden mensen om kaartjes te bedelen. Een Duitser bood mij 200 harde florijnen voor mijn kaartje. Ik twijfelde. 200 gulden dat was bijna een vijfde van mijn bijstandsuitkering. 200 gulden dat zou me een feestweek worden. 200 gulden daar zou ik weer eens wat platen van kunnen kopen. Of stripboeken. Of heel veel pilsjes. Ik twijfelde. Ik twijfelde heel hard, maar ik ging toch naar binnen. Motorhead snotmiljaar!!!
Binnengekomen direct rechtsaf. Daar zijn de bekenden. Altijd. Ga naar Paradiso in je uppie en ga bij binnenkomst van de zaal direct rechtsaf. Daar zijn altijd bekenden. Daar is de bar. Daar stonden we. Biertjes te happen en te wachten. En te wachten. En te wachten. Maar niets geen Cycle Sluts. Niets geen Motorhead. Na lang wachten bewoog er eindelijk iets op het podium. Het was toenmalig Paradiso directeur Hans Dulfer die ons kwam vertellen dat het concert niet door ging. Het podium was te klein bevonden door Lemmy en co. Yeah right. Wat een onzin. Hans werd bedolven onder het bier, wij besloten dat de echte reden was dat de Cycle Sluts niet lekker konden pijpen of helemaal niet aan Lemmy zijn paal wilden komen, omdat daar net zo'n puist op zat als op zijn linkerwang en ik had spijt als de hanenkam op mijn hoofd dat ik mijn fukking kaartje niet verkocht had.
Mijn kaartje van 25 gulden dat ik kon inleveren bij een erkend voorverkoopadres. Geen concert geld terug. Alleen eenmaal thuisgekomen heb ik mijn kaartje nooit meer kunnen vinden. Kwijt. Zoek. Geen van mijn zakken herbergde nog een Motorhead in Paradiso kaartje. Misschien had ik het in de Melkweg gestrooid waar wij ter vervanging heen gegaan waren. Skinny Puppy trad daar op en wij dronken er voornamelijk bier. Ik zag een oude bekende die nog leuker was geworden, maar ook getrouwd. En de zanger van Skinny Puppy botstte van pilaar naar pilaar (u weet nog wel de oude zaal voor de verbouwing).
In de Black & White waar we voor de Melkweg een biertje gingen doen zag ik een briefje van 50 gulden op de grond liggen. Maakt dat mijn niet aan de duitser verkochte Motorheadkaartje toch nog een beetje goed, dacht ik. Ik wilde me bukken om het op te rapen en hoorde een ander "kijk nou 50 piek" zeggen en zag hem het briefje voor mijn neus oprapen.
Motorhead live. Misschien moet ik naar Lowlands. Ik heb nog een hoop geld tegoed van die Ian "Lemmy" Kilmister (briljante naam).
This is a Flickr badge showing public photos from frommel1972. Make your own badge here.
DISCLAIMER
For me the power of internet is sharing. All MP3's and movieclips on this site are taken from other sites or are from my own recordcollection. Published for no other reason then promoting and sharing good fucking rock and roll. If you however do not want me to publish your music here please let me know by mail and I will remove it. MP3's will be online for only 2 weeks.