maandag, september 22, 2008

ADVENTURES IN DRINKING

Deel 3

Ik neem een flinke aanloop en duik met mijn armen gestrekt richting heg. Op het moment dat ik de heg raak en verwacht dat ik binnen een niet te meten ogenblik terug de straat op geworpen zal worden, blijkt deze heg niet de heg te zijn waar ik hem voor hield. Niets geen veerkracht. Niets geen straat. In plaats daarvan ga ik in vliegende vaart dwars door de heg heen. Ik hang een tijdje stil in de lucht. Dit gaat niet goed. Dit is niet de bedoeling. Dit is een andere heg! Met de snelheid van een kogel maak ik een noodlanding in het grindpad dat zich achter de heg bevindt. Vol op mijn kin.

Er gaat een voetbaltoernooi aan vooraf. Een jaarlijks terugkerend veteranentoernooi. Ik ben nog helemaal geen veteraan, maar de deelname regels zijn zo soepel dat er in ons team zelfs 2 17 jarigen meedoen. Hoeveelste we zijn geworden? Eerste? Laatste? Derde? Geen idee. Het bier vloeit in ieder geval rijkelijk voor, tijdens en na de barbeque na afloop. Het is een geweldig feest.

In de kroeg, waar we natuurlijk ook nog belanden, wordt het het gebruikelijke zooitje. Glazen Irish coffee gaan net niet over het biljart, dartpijltjes vliegen vervaarlijk langs onze hoofden, maar vooral langs die van binnenkomende andere klanten, de jaar voorraad tosties wordt opgegeten, alsmede de diepvriesvoorraad bitterballen. West Friesland is in da house en Hoedekenskerke zal het weten.

Als het echt niet lukt om een nazitje te forceren, het lukt ons maar niet om de barkeepster en haar man er van te overtuigen dat we echt, echt, echt nog niet genoeg hebben gedronken, lopen we terug naar de voetbalvereniging voor een afzakkertje aldaar. De weg terug blijkt twee maal zo lang als de heenweg.

Al slingerend verteld ik T.Korsel een verhaal over een heg in Zwaagdijk waar we ooit eens met z'n allen indoken en hoe we toen zo leuk terug de straat op werden gesmeten door de veerkracht van de heg, als ik aan mijn rechterhand een tuin omzoomd door precies zo'n heg zie opdoemen. Tijd voor een demonstratie. De vol op mijn kin demonstratie.

Ik strompel overeind en vervolg mijn dubbele afstand, om er 5 minuten later achter te komen dat ik mijn zonnebril kwijt ben. In het pikkedonker weet ik tuin en bril wonderwel in een keer te vinden, maar mijn teamgenoten die verder doorgelopen zijn en het terrein waar mijn slaapzak zich bevindt zijn spoorloos verdwenen in de nacht. Ik ga op de stoep tegen een lantaarnpaal zitten en bel.

Aangekomen in de kleedkamer waar ik slaap schrik ik iedereen wakker en nuchter met het gapende gat in mijn kin en het bloed op mijn shirt. De alcohol ontkent de pijn die de volgende morgen in gezelschap van een snijdende kater me recht in mijn gezicht uitlacht. Zelfs de Zeeuwse Bolus en de liter koffie helpen niet. Ik zweet 120 kilometer lang van de achterbank af. Volgend jaar weer!

Labels:

woensdag, maart 12, 2008

ADVENTURES IN DRINKING

Deel 2.

Als ik mijn ogen open doe kijk ik richting mijn wekker. Het is half vier. Tering. Mijn vrije zaterdag is al half voorbij. Waarom is het zo laat in de middag? Waarom ben ik niet eerder wakker geworden? Ik kom al vlug tot een antwoord.

Het is niet alleen al half vier. Er is meer raars. Ik lig op mijn buik. Op zich niets vreemds aan. Zo word ik wel vaker wakker. Mijn benen voelen alleen zo raar en mijn voeten zijn heel koud. Vooral mijn tenen. Mijn hoofd ligt niet op mijn kussen, maar ergens halverwege het bed. Mijn benen steken aan het voeteneinde uit en mijn tenen steunen op het ijskoude laminaat.

Ik raap mezelf een beetje bij elkaar. Bij elkaar genoeg om op te staan. Als ik naast mijn bed sta kom ik tot de ontdekking dat ik mijn schoenen en sokken heb uitgetrokken. Mijn broek en onderbroek ook. Mijn t-shirt heb ik nog aan. Ook mijn warme winter trui, want dat is het. Winter. Ik blijk ook nog mijn jas aan te hebben en mijn sjaal hangt om mijn schouders.

In de woonkamer aangekomen val ik bijna om. Ik weet nog net tegen mijn mooie ijzeren jaren vijftig bureau te steunen en een harde confrontatie met de vloer te voorkomen. Het bureau schuift door mijn val een stukje van zijn plaats. Hierdoor valt mijn fiets om. Die heb ik vannacht schijnbaar in de woonkamer geparkeerd. Voor de deur naar de gang staat een plastic reiger en een struik van niet geringe afmetingen.

Ik moet heel erg nodig piesen en loop de gang in. Een schok gaat door me heen. De meterkast staat open. Fukkerdefuk. Ik heb toch niet vannacht in de meterkast staan pissen? Een inspectie op vocht en urinelucht doet mij opgelucht ademhalen.

Laat in de volgende nacht als het weer donker is prop ik de plastic reiger in een kliko 3 straten verderop en plant ik de struik in het gemeenteplantsoen om de hoek. Mijn handschoenen vind ik in mijn voortuin.

Wat er in de voorgaande nacht heeft plaatstgevonden weet ik de volgende dagen slechts te herinneren tot mijn vertrek uit de kroeg. Wat er daarna onderweg naar huis is gebeurd zal altijd een raadsel blijven.

Labels:

donderdag, februari 21, 2008

ADVENTURES IN DRINKING

Deel 1.

Hoe ik er bij kwam dat het nog best met mij ging op het moment van naar huis gaan is mij achteraf een groot raadsel. Achteraf pas en niet op het moment zelf, omdat ik pas achteraf hoorde hoe ik het feest geeindigd was. Op dat moment ging het volgens mijzelf nog best met me. Ik was zo helder als een bergbeekje. Die tien kilometer naar huis fietsen was een appeltje eitje van de bovenste plank. Twee vingers in de neus en rond die trappers.

De man met de blauwe knieen weet me keer op keer voor de poorten van de hel weg te slepen. De poorten van de hel die op mij af worden gestuurd in de vorm van twee dichterbij komende witte lichten. "Wat moeten die klote auto's ook op het fietspad?", roep ik in de donkere nacht over de weilanden. Die auto's die horen thuis op de niet verlichte provinciale doodrijders slinger weg.

De provinciale doodrijders slinger weg waar ze gewoon op rijden. Ik heb er alleen ook mijn fietspad van gemaakt op mijn onverlichte racefiets. Ik fiets nog steeds in ontkenning zo helder als een bergbeekje. Van het slingerfietspad maak ik bochten die helemaal niet naar rechts gaan, maar naar links. Of andersom.

Waar ik niet de weg op fiets rij ik gevaarlijk dicht langs de prutsloot rechts van mij. Ik parkeer mijn racefiets frontaal tegen een boom die niet van wijken wenst te weten. "Omkappen die kolere dingen!", schalt er over de weilanden. Ik vervolg mijn weg en opeens is het donker nog donkerder dan het een seconde geleden al was.

Een blackout. Hoe kan dat nou? Ik ben zo helder als een bergbeekje. Een bergbeekje. Water. Nat. Ik ben nat. Het donker is weer gewoon donker. Mijn racefiets is mijn racefiest. Alleen ik zit er niet op. Ik lig in de prutsloot die net nog rechts van me was. Nu is er rechts mijn racefiets en een slootkant met daar achter een weiland. Links nog een slootkant en het fietspad waar ik mij op zou moeten bevinden.

Met behulp van de blauwe knieen man weet ik mij weer op dat fietspad te begeven. In mijn trappers is alleen geen millimeter beweging meer te krijgen. Het is pikdonker en onmogelijk om te zien wat er aan de hand is. Het is ergens begin februari. Ik ben zeiknat. Het kwik vindt 1 graad warm genoeg en ik moet nog 8 kilometer lopen.

Bij de eerste straatlantaarn 4 kilometer verder, die ik bereik met slechts 7 keer over mijn fiets struikelen, zie ik wat er aan de hand is. Mijn ketting heeft zich vast gezet tussen de tandwielen en de spaken van het achterwiel.

Ik fiets naar huis. Ik neem een lauwe steeds heter wordende douche, plak wat pleisters op mijn handen en ellebogen, gooi mijn kapotte broek weg en zet een bak koffie waar je een stuk vanaf kunt snijden. Als ik om 3 uur in de middag wakker word is het tijd om naar het cafe te gaan.

Labels: