VOL(BIJNA)OP MET BEIDE BENEN IN DE WEDEROPBOUW

Op televisie in de eetzaal krijgt de arme mevrouw Bakker een bovenarmgips aangebracht. De arme schat is thuis gevallen, want "ja ze is niet meer de jongste en dan is het zo knal om." Terwijl ik in een soort van vermoeidheid bijna een traan weg pink om dit lieve besje wordt bovenstaande schnitzel voor mijn neus gezet. Met recht een Giant Schnitzel.
Vroeger in die goeie ouwe tijd, toen we volop met onze beide benen in de wederopbouw stonden, toen was dit ons week rantsoen. Die ene man sneed op zondag een vergelijkbare lap. In 27 stukjes. Drie dagen per week zouden we vlees kunnen eten. We als in vader, moeder en de zeven kinderen. We waren een klein gezin. De dominee was geregeld langs geweest om met vader en moeder te praten. Onze lieve heer verlangde meer kroost.
Vader en moeder hadden hem de deur gewezen. Hoe zeer ze onze lieve heer ook dienden, nooit meer zouden ik, mijn broertjes en mijn zusjes, nog nieuwe broertjes of zusjes krijgen. Vader en moeder hadden het wel gehad met elkaar. Was er ooit al eens liefde geweest tussen beide dan was deze na 10 jaar volledig verdampt. Opgelost in de wederopbouw.
Vader had helemaal geen zin meer om die ene maal per maand dat uitgezakte lichaam van moeder, met die uitgezogen borsten te bestijgen. Moeder kokhalste al bij de gedachte aan de penis van vader.
Nooit meer zou er nieuw kroost in het gezin verschijnen. De schnitzel bleef in 27 stukjes verdeeld worden. Drie dagen per week aten we met z'n negenen een stukje vlees bij onze aardappelen met bloemkool, bonen, spruiten of lof. Zondag, dinsdag en donderdag was het feest aan tafel.
Ik doe mijn best om de lap weg te krijgen. Ik eet en eet. Ik zoek een gaatje in mijn maag. Links nog wat? Is er rechts niet nog een vierkant centimetertje vrij? Met de vork diep in mijn slokdarm heb ik zitten douwen en proppen, maar het ging echt niet meer. Een week vlees voor een gezin van negen in de jaren vijftig is anno 2008 voor 1 man nog steeds te veel.

Labels: hotelleven, wederopbouw






