IK WOU DAT IK EEN HONDJE HAD
Het is dat het volgens de huisarts en de fysiotherapeut goed voor me is, anders zou ik er niet aan begonnen zijn. Wandelen. Wandelen is een stomme bezigheid. Tenminste wandelen zonder doel of eindbestemming. Wandelen, omdat het goed is voor mijn rug. k vind het maar stom.
Tweemaal daags een flinke wandeling luidt het voorschrift. Dapper doe ik sinds vorige week deze opdracht. Behalve afgelopen zondag. Ik twijfel of ik toen wel het bed ben uit geweest voor andere redenen dan een bezoek aan het toilet, koffie zetten of iets te eten maken. Tweemaal daags maak ik een wandeling en ik vind er geen reet aan.
Ik heb dan wel iedere keer mijn camera bij me om me tijdens het wandelen bezig te houden met rond turen op zoek naar fotogenieke plekjes of dingen, maar de rug waar de wandelingen voor gemaakt worden beletten mij het lichaam in vreemde bochten te wringen om juist dat ene mooie plaatje te schieten. Bij thuiskomst valt de inhoud van de 2 gig geheugenkaart dan ook vaak tegen. Is het niet door de geschoten foto's dan is het wel door de nog lege megabytes.
Had ik maar een hondje dacht ik vanochtend tijdens de omweg wandeling naar en van de fysiotherapeut. Had ik maar een hondje dan kon ik fijn wandelen. Dan had het wandelen een doel. Dan kon ik wandelen, omdat dat kleine mormel moet piesen en poepen. Of omdat het houdt van lekker door het park rennen. Had ik maar een hondje dat als grootste hobby buiten achter vliegen aan rennen had.
Maar vandaag is het mooi weer. Morgen regent het. Had ik dat hondje gehad dan had ik die regen in gemoeten. Een hond moet ook als het regent piesen en poepen of achter vliegjes aan rennen. Had ik maar een hondje gehad op mooi weer dagen. Op mooi weer dagen is een hondje leuk. Morgen zou je het voor de deur in hoge plasnood piepende dier vervloeken.
Ik wil een hondje en iedere dag mooi weer. En een nieuwe rug. Dat ook.
Labels: hondje, the lifes and times of a puchrocker, wandelen






