KOKEND WATER
Als ik thuis kom is het huis stil en vooral koud. Ik doe geen licht aan en ook nog geen verwarming. Het is maart, maar dat is niet de reden. Ik heb een taak. Een ik kom thuis en doe als eerste dit taak.
Ik buk me, waarbij mijn rug, die sinds donderdag weer wat moeilijk doet, protesteert en pak haar op. Mijn jas nog aan. Tas nog om de schouder. De iPod nog op mijn oren. Onder de klanken van P!nk kruipt Trifonius in mijn nek. Why was I the last to know, zingt Alicia in mijn oren, maar ze wordt overstemd door het harde geknor van de zwarte kat met overgewicht op mijn schouder.
Ze redt het nog niet, maar hoe ouder ze wordt hoe meer ze spint op het volume van haar/mijn twee jaar geleden overleden vriendin. Alsof ze de leegte probeert op te vullen. Ze slaagt met vlag en wimpel. Call me sentimental, maar ik geniet van dit thuiskom ritueel. Iedere dag kom ik thuis.
Met mevrouw Moore nog steeds overstemd in mijn oren vertel ik haar over mijn dag. Ze knort begrip. Vandaag duurt deze bestialiteit langer dan gewoonlijk. Ik heb het even nodig. Ik ben vanmiddag bijna ontploft. Met een al bekende halve voet op straat kwam ik er vanmiddag achter dat ze mijn vrije dagen hebben aangepast naar een dienstverband tot en met september eind contract. Zelfs mijn afdelingsmanager weet van niets. Als de stropdas maar in zijn dikke SUV kan blijven rijden.
Voor de derde dag achter elkaar vertaalt mijn verwarming de stand 18 graden tot een tropische temperatuur binnen 5 minuten. Het water hoor ik kokend door de buizen stromen. Goedkoop stoken. Tien minuten op 18 graden en de woonkamer is de rest van de avond warm.
Warm als de lente. De vogels keren langzaam terug. Ik kom met licht thuis en ga zonder donker weg. Morgen afreageren bij Jay Reatard in Paradiso. Niet aan zijn gitaarsnoer komen Frommel:
Labels: jay reatard, joetjoep, paradiso, the lifes and times of a puchrocker






