dinsdag, februari 19, 2008

FROMMEL EN DE 7 HOOFDZONDEN ZONDE 2: LUIHEID

Zie mij liggen op de bank. Liggen, want wie heeft er verzonnen dat een bank is om op te zitten? Zitten is slechts een deelfunctie van een bank. De hoofdreden van haar bestaan is haar ligfunctie. Haar functie als bed, maar geen bed zijn.

Nu heb ik makkelijk lullen. Mijn bank is namelijk huge. Mijn bank is zo groot, dat is bijna een bed. Buiten proportioneel groot in dat kleine woninkje van mij. En om die grootte is ze nu juist gekozen, want ik hou van mijn bank als bed zonder bed te zijn.

Een uitgebreide test onderging mijn bank in de winkel (de Ikea ja) voor ik haar aanschafte. Je moet namelijk wel weten wat je voor die berg centen in huis haalt. Het hoe zit ze was in een minuut gebeurd. Best was het vlot gevonden antwoord. Toen kwam deel twee, het zeer uitgebreide gedeelte van de hoe is de bank test. De hoe ligt de bank test. Zeker een half uur ben ik bezig geweest om in de winkel alle mogelijke ligvormen op de bank uit te proberen.

Verkocht!

Zitten doe ik zelden op mijn bank. Op mijn bank breng ik mijn bestaan liggend door. Op mijn bank weiger ik nog meer naar bed te gaan dan ik normaal al doe. Vechtend tegen de slaap blijf ik eigenwijs liggen. Minstens een maal in de week word ik ergens midden in de nacht wakker. Op de bank. Mijn slaap in overwinningsroes, omdat het gevecht met mijn niet van de bank af willen is gewonnen.

Op mijn bank ben ik Robinson Crusoe en heb ik geen Vrijdag nodig.

Op mijn eiland kan ik vrijdagavond thuiskomen en haar zondagavond slechts tijdelijk verlaten hebben voor wat boodschappen, een plas of poep of een broodnodig nieuw biertje. Op mijn eiland bestaat de wereld niet. Op mijn eiland zijn geen plichten en geen moeten. Op mijn eiland is zelfs geen willen. Op mijn eiland is (op seks hebben na) slechts een ding vol overtuiging te doen en dat is je volledig overgeven aan de luiheid. Ongebreidelde, niets doen, hang, lig, slaap, niets, nada, noppes luiheid. Mijn eiland maakt eigenlijk al het andere in mijn huis volledig overbodig.

Behalve mijn laptop, koelkast (om de biertjes te koelen), muziek installatie plus collectie, Puch en kat Trifonius dan. Zonder dat alles kan ik ook niet.

En niet zonder jou schat.

Labels:

donderdag, februari 14, 2008

FROMMEL EN DE 7 HOOFDZONDEN ZONDE 1: HEBZUCHT

Het is maar goed dat ik een beperkt inkomen heb. Ik heb namelijk geen gat in mijn hand. Ik heb geen hand. Wanneer ik die missende hand op hou om te ontvangen valt het geld in het luchtledige weg. Zo zit het in mijn portemonnee. Zo is het weg.

Ik heb namelijk last van moeten hebben zucht. Moeten kopen. Mijn lijst met wil ik hebben is oneindig groot. Je kan er een dikke pil mee vullen.

Over het algemeen gaat het goed. Over het algemeen weet ik mijn moeten hebben zucht in bedwang te houden. Ik kan niet anders. Zou ik het niet controleren dan zou mijn salaris een dag na storting weer verdwenen zijn. Weg voordat de rekeningen betaald zouden zijn. Ik weet mijzelf met enige moeite dus in bedwang te houden. Toch ontkom ik geregeld niet aan de moeten hebben zucht.

Over allerlei dure gadgets als een i-pod, een videocamera, een plasma tv of weet ik veel wat ga ik het niet eens hebben. Boven mijn budget moeten hebben dingen zijn redelijk makkelijk te weerstaan om de simpele reden dat ik er toch het geld niet voor heb. Ik wil het hebben over die binnen het budget moeten hebben dingen.

Ik zit op de bank. Het is zaterdagmiddag. De boodschappen zijn opgeruimd. De vloer is gedweild. De wc is schoon en op het bed liggen schone lakens. Het is weekend. Ik geniet. Ik geniet van mijn weekend en zet een muziekje op. Ik draai een shaggie en trek een koud biertje uit de koelkast. Niets hoeft. Niets moet.

Niets moet, dacht ik. Opeens begint er iets in mij te knagen. Mijn hoofd begint automatisch en ongevraagd te rekenen. Nog 2 weken te gaan tot het volgende salaris. Nog zoveel op de rekening. Stripwinkel. Platenzaak. Dvdshop. Voor ik het door heb zit ik op mijn Puch en rij ik naar de stad. Voor ik besef wat er gebeurd heb ik een tas met stripboeken, cd's, platen, boeken, dvd's of weet ik veel wat in mijn handen.

Het kan me ieder moment waar ik ook ben overvallen. Hebben hebben hebben hebben hebben hebben. Moeten hebben. De trein heeft vertraging en ik sta opeens in de platenzaak. Ik ga gewoon een stukje rijden, omdat het van dat mooie weer is en ik kom niet verder dan de stripwinkel. Het is zaterdag kwart voor vijf en opeens race ik naar de dvdwinkel. Hebben hebben hebben hebben.

Het is niet te onderdrukken. Ik probeer het niet eens. Ik geef me er gewoon aan over. Ik neem het te weinig geld de laatste week van de maand, omdat ik weer een hebben rush kreeg, voor lief. Ik weet niet beter het is nooit anders geweest. Ik wil er niet eens tegen vechten. Ik heb een huis vol fijne platen, boeken, cd's en dvd's door mijn hebben zucht.

Ik ben overigens niet hopeloos verloren hoor. Zo kan ik om kwart voor vijf op zaterdagmiddag in de dvdwinkel staan en niets leuks vinden. Dan geef ik me nog net niet over aan dingen kopen die ik helemaal niet wil kopen. Nog net niet, maar ik zit even later wel teleurgesteld thuis. Heel teleurgesteld en wetend dat de hebben zucht niet gestild is en ieder moment weer kan opduiken. Dat doet hij zowiezo. Met onregelmatige regelmaat.

Labels: ,